Vennensleutel


Dispersiemogelijkheden

In veel aangetaste vennen is nog een goede zaadbank aanwezig. Ook komen er vaak nog kenmerkende diersoorten voor, zij het in lage dichtheden. Tot nu toe zijn in vennen nog geen soorten geherintroduceerd. Echter op steeds meer plaatsen worden vennen hersteld op voormalige landbouwgrond of ontstaan vennen als gevolg van natuurontwikkeling. Kolonisatie van deze vennen door kenmerkende soorten planten en dieren blijkt voor veel soorten problematisch en hier valt herintroductie te overwegen. Ook is het mogelijk zinvol om Oeverkruid of andere isoetiden uit te planten in een hersteld ven. Deze soorten zorgen voor doorluchting van de bodem en daarmee voor een voedselarmer milieu. Aanwezigheid van isoetiden vergroot en verlengt zo het succes van herstelmaatregelen. In beide gevallen is het raadzaam om vooraf een specialist te raadplegen.


De kansen op ontstaan van een soortenrijke, karakteristieke venlevensgemeenschap zijn gedaald doordat het aantal vennen is afgenomen en het landschap waarin de natuurontwikkeling plaatsvindt, vaak sterk is verdroogd en vermest. Als er ‘bronpopulaties’ van voor vennen karakteristieke soorten in de nabije omgeving zijn, is de kans op vestiging van een venlevensgemeenschap op een nieuwe plek groter. De weinige gegevens die hierover beschikbaar zijn wijzen op een redelijke slagingskans bij aanwezigheid van een grote en hooguit enkele kilometers verderop gelegen populatie van doelsoorten.