Zaadbank
Vrijwel alle waterplanten van vennen maken zaden die in natte, niet te zure bodem vele tientallen jaren kiemkrachtig kunnen blijven. Ze vormen een zaadbank, die onder gunstige omstandigheden grotendeels tot kieming kan worden gebracht. Daarom kunnen bijzondere vegetaties snel terugkeren, ook als ze al helemaal verdwenen zijn. Voorwaarde is wel dat er nog voldoende kiemkrachtige zaden in de venbodem zitten . De zaadbank blijft vooral intact onder lagen slib of plantenresten en die ontwikkelen zich vooral in permanente wateren. Over het algemeen kan er vanuit worden gegaan dat in vennen die eerst een sliblaag hebben ontwikkeld (en daarna eventueel zijn verzuurd) de zaadbank minstens 50 jaar intact blijft. In verzuurde vennen met een minerale bodem of in reeds eenmaal opgeschoonde vennen zal de zaadbank aanzienlijk zijn gereduceerd.
De omvang en samenstelling van de zaadbank kan worden onderzocht door steekproefsgewijs bodem mee te nemen en hieruit zaden te laten kiemen. Helaas worden op deze manier meestal alleen veel voorkomende zaden opgespoord, terwijl van de karakteristieke soorten vaak minder dan 1 kiemkrachtig zaadje per vierkante meter aanwezig is. Een alternatief kan zijn om van laag naar hoog proefplagstroken aan te leggen van enkele tientallen of honderden vierkante meters, bij voorkeur op plekken waarvan bekend is dat er vroeger bijzondere soorten stonden. Ook weinig aanwezige zaden hebben dan een redelijke kans om te kiemen.