Maaien
Uitbreiding van hoog opgroeiende moerasplanten ofwel helofyten op de oever is tegen te gaan door te maaien. Op droogvallende, oevers met een zandbodem is maaibeheer mogelijk wanneer de waterstand laag is. Maaien van hoogveenachtige vegetaties op slappe veenbodem is alleen mogelijk wanneer daarbij licht materieel wordt gebruikt. Van drijftillen en venige oevers waar de karakteristieke vegetaties overwoekerd zijn met bijv. Pijpenstrootje, kunnen de meest aangetaste plekken zeer lokaal worden geplagd of weg gegraven. Bij het plaggen ontstaan gaten met open water of kaal zand op de oevers die weer geleidelijk dichtgroeien met nieuw veen. Het lokaal plaggen van droogvallende oevers is ook gunstig voor de ontwikkeling van natte heide.