Herstel buffering inzijggebied
Door de sterk afgenomen zuurdepositie is eenmalige herstel van de buffering in het inzijggebied weer een duurzame herstelmaatregel geworden.
Vennen met zeer zacht water ontvangen hun buffering vaak vanuit het oppervlakkige grondwater dat uit de naaste omgeving komt toestromen. In veel gevallen bestaan deze waterstromen nog maar is het inzijggebied onder invloed van atmosferische depositie verzuurd. Was het inzijggebied van oudsher stuifzand, maar is het zand tegenwoordig vastgelegd door bijvoorbeeld aanplant van bos. In dat geval kan het zinvol zijn om het verstuifbare zand weer bloot te leggen zodat het opnieuw kan gaan stuiven. Verstuiving stimuleert namelijk de verwering van het minerale zand waarbij kleine hoeveelheden bufferstof en mineralen vrijkomen en weer beschikbaar komen voor het ven.
Ook kan het gunstig zijn om het inzijggebied licht te bekalken en daarmee de aanvoer van bufferstoffen naar het ven te herstellen. Bekalking kan alleen worden toegepast op weinig humeuze tot minerale bodem met weinig of geen plantengroei, bijvoorbeeld open heide of stuifzandbegroeiingen. Eventueel moet daarom worden geplagd voorafgaand aan de bekalking. Men gebruikt voor bekalking in de natuur zuivere kalk (calciumcarbonaat, of deels magnesiumcarbonaat), bijvoorbeeld dolokal of mergel. De kalk kan men in poedervorm uitstrooien in hoeveelheden van minimaal 2 tot maximaal 5 ton kalk per hectare. Op net geplagde bodem of kaal zand kan eventueel een nog iets hogere dosis worden toegepast. In principe is deze methode van buffering voldoende om voor lange tijd, minstens 10 jaar, de buffercapaciteit te herstellen. Nu de zuurdepositie is afgenomen kan deze periode ook wel veel langer zijn, maar daar is nog geen ervaring mee. Ook kan er voor worden gekozen om enkele jaren achtereen een zeer lichte dosering toe te passen van bijvoorbeeld 0,5 tot 1 ton per hectare. Hiermee is echter nog geen ervaring opgedaan.
Het effect van bekalking van het inzijggebied op veenmosvegetaties in vennen hangt vooral af van de pH die het ven uiteindelijk bereikt. Bekalking zorgt ervoor dat er meer kooldioxide in de grondwaterstroom terecht komt, en dus dat veenmossen harder kunnen groeien. Indien de pH echter 5 of meer wordt, verdwijnt kooldioxide ook weer snel uit de waterlaag en wordt de veenmosgroei juist geremd. Om bekalking op deze wijze in te zetten is daarom enig vooronderzoek nodig.
Figuur: Bekalking van een deel van het inzijggebied van het Beuven. Soorten als Oeverkruid en Dwergzegge hebben zich sterk uitgebreid op de bekalkte delen. Foto: E.Brouwer.