Water inlaten
In verzuurde vennen kan het inlaten van gebufferd water een geschikte maatregel zijn om de buffercapaciteit te herstellen. Hiervoor kan oppervlaktewater of opgepompt grondwater gebruikt worden. Om een zo natuurlijk mogelijke situatie te handhaven, verdient de inlaat van oppervlaktewater in principe de voorkeur. Indien de kwaliteit hiervan onvoldoende is (zie hieronder), kan overwogen worden om dit water voor te zuiveren voordat het ven in komt. Voorzuivering in een klein deel van het ven is ook een optie. Voorzuivering werkt vooral goed indien de bodem ijzerrijk is of indien er ijzerrijk grondwater aanwezig is. Hierdoor wordt fosfaat vastgelegd. Een mogelijk alternatief voor inlaat van oppervlaktewater is de inlaat van opgepompt grondwater. Houdt er dan rekening mee dat in veel streken het grondwater tot op vele tientallen meters verzuurd en verontreinigd kan zijn met nitraat. Ook is vaak een vergunning vereist voor het oppompen van water. Het inlaten van opgepompt grondwater in een ven is vooral bedoeld als een tijdelijke maatregel, het is de bedoeling dat de maatregel op den duur overbodig wordt door een afnemende zuurdepositie of vervangen wordt door de inlaat van voldoende zuiver oppervlaktewater.
De mogelijkheden om middels de inlaat van gebufferd oppervlaktewater verzuring te bestrijden of te voorkomen hangen sterk af van de kwaliteit van het in te laten water. Met name de verhouding tussen de buffercapaciteit (in micro-equivalent HCO3- & CO32- per liter) en de hoeveelheid fosfaat (in micromol per liter) bepaalt of het water geschikt is als bron van buffering. Hoe gunstiger (hoger) deze verhouding, hoe geschikter het water is. Wanneer het water niet meer geschikt is, is niet precies vast te stellen en hangt onder andere af van de benodigde hoeveelheid water. Ook moet het inlaatwater niet te veel sulfaat bevatten, vooral indien er veenbodems of drijftillen aanwezig zijn in het ven. Indien er drijftillen aanwezig zijn, werkt inlaat van gebufferd oppervlaktewater ter bestrijding van herverzuring niet indien dit leidt tot sulfaatconcentraties van meer dan 200 micromol per liter. Dit komt doordat de productie van methaangas [A78] dan kan worden geremd.
Hoe korter de verblijftijd van het water in het ven, hoe minder zinvol pogingen zijn om dit water te bufferen. Vooral in de winter kan de hoeveelheid uitstromend water groot zijn, waardoor buffering weinig zin heeft. Ook kan er veel zuur water uit het inzijggebied toestromen waardoor de zuurgraad sterk gaat fluctueren. Ga dit eerst na alvorens de inlaat van gebufferd water te overwegen. Bij toestroom van veel verzuurd grondwater, kunnen beter (aanvullende) maatregelen in het inzijggebied worden genomen.
De grootste hoeveelheden water zijn nodig om van een verzuurde situatie weer in een gebufferde situatie te komen. Indien er sprake is van de aanvoer van grote hoeveelheden zuur grondwater vanuit het inzijggebied, dan kan wel 10% van het venvolume per jaar nodig zijn. In dergelijke gevallen moet als vuistregel de verhouding buffercapaciteit/fosfaat boven de 1000 liggen. Naar gelang er minder inlaatwater nodig is, kan ook deze verhouding omlaag. Uitgaande van een minimale buffering van 100 micro-equivalent HCO3- & CO32- per liter en een maximaal aanvaardbare fosfaatbelasting van 0,5 micromol/liter/jaar zou theoretisch de maximaal aanvaardbare buffering-fosfaat verhouding 200 zijn. Deze getallen zijn echter slechts richtlijnen; indien de buffering-fosfaat verhouding beneden de 1000 is, is het raadzaam om te rade te gaan bij een specialist. Inlaten van water kan het beste geschieden in het winterhalfjaar. Het waterpeil is dan hoog, zodat een goede menging optreedt en ook de ondergelopen oevers door uitwisseling van zuur uit de bodem met basische kationen in de waterlaag kunnen worden gebufferd. Als het doel een zeer zacht water is, dient de buffercapaciteit in het ven niet hoger op te lopen dan 300 micro-equivalent HCO3- & CO32- per liter, voor zachte wateren kan dat iets meer zijn. Indien gestart wordt vanuit een verzuurde situatie, is de eerste jaren vaak meer water nodig dan daarna.
Figuur: Het oppompen van gebufferd, voedselarm grondwater is in enkele verzuurde vennen als noodmaatregel toegepast, zoals hier in de Bergvennen. Door de afgenomen verzuring kan er tegenwoordig met minder waterinlaat worden volstaan, waardoor ook inlaat van iets voedselrijker oppervlaktewater weer mogelijk is. Foto: E. Brouwer.