Oever opschonen
Een belangrijk deel van de flora en fauna van vennen is geheel of gedeeltelijk afhankelijk van de oeverzone; ruwweg het gedeelte tussen de gemiddelde laagwaterlijn en de gemiddelde hoogwaterlijn. Door de periodieke overstroming en door de voedselarme omstandigheden, is er van nature vaak een open vegetatiestructuur op ten minste een deel van de oever. Met name door vermesting zijn van oorsprong voedselarme oeverdelen dichtgegroeid met bijvoorbeeld Pijpenstrootje, Lisdodde, Riet of Pitrus. Door de plantengroei inclusief de voedselrijke toplaag van de bodem te verwijderen, het zogenoemde plaggen, kan de voedselarme situatie worden hersteld. Meestal volstaat het verwijderen van maximaal 1-2 decimeter humeuze bodem tot op de oorspronkelijke zandondergrond. Door zorgvuldig te werk te gaan is het verlies van ruimtelijke overgangen tegen te gaan. ?Sommige vennen kenden in het verleden een soortenrijke oevervegetatie en de waterstand is sindsdien sterk gedaald. Hierdoor bevindt de zaadbank van de doelsoorten zich boven het niveau van de huidige oeverzone. Het is dan beter om de voormalige oeverzone pas te plaggen als het waterpeil is hersteld.
De effecten van vrijstellen van oevers op de fauna zijn nog niet onderzocht. Wel hebben diverse faunadeskundigen hierover hun inschatting gegeven in enquêtes en interviews (Stuijfzand et al., 2004). Hier volgen de voorlopige adviezen die zij hebben gegeven ten aanzien van het vrijstellen van oevers en het voorkomen van ongewenste neveneffecten voor de fauna. Let wel, met name in vennen waar ook fosfaataanvoer heeft plaatsgevonden werken niet opgeschoonde delen als bron van hernieuwde vermesting werken en moet een keuze worden gemaakt tussen het optimaal sparen van aanwezige fauna en het bestrijden van vermesting.
Adviezen bij het plaggen in het belang van de fauna:
- Niet de hele oever ineens schonen maar slechts voor een vierde of minder.
- Vrijstellen van de oever uitvoeren in fasen: elke 5 jaar maximaal ¼ van de oever opschonen. In minimaal 20 jaar kan zo de hele oever worden vrijgesteld.
- Fasering is zéér belangrijk langs grote, geïsoleerde vennen waar waardevolle levensgemeenschappen voorkomen. Bij kleine, weinig gedifferentieerde en/of weinig geïsoleerde vennetjes is fasering minder belangrijk, tenzij hier bijzondere soorten voorkomen.
- Rekening houden met de expositie van de oever: de noordelijke oevers zijn de zonbeschenen oevers en voor veel organismen belangrijk. Hiervan maximaal de helft in één keer schonen.
- Een deel van het plagsel en de vegetatie (10%) tijdelijk (enkele weken) in de nabijheid opslaan, zodat organismen een kans krijgen terug te keren.