Herstelbeheer
De water- en oevergemeenschappen van de voedselarme milieus van vennen zijn sterk achteruitgegaan en overal bedreigd. In veel vennen is meer nodig dan regulier beheer om de natuurwaarden – de oorspronkelijke soortenrijkdom – en landschapswaarden te herstellen. Door toepassing van specifiek op venherstel gerichte maatregelen is in recente tijd het aantal locaties en de oppervlakte van oorspronkelijke venvegetaties weer aanzienlijk vergroot. Ook kenmerkende diersoorten nemen in aantal toe. Het eerste grote succes werd geboekt bij de grootschalige restauratie van het Beuven rond 1985. Vanaf 1989 volgden andere projecten. Sommigen zijn goed geslaagd, anderen hadden minder goed resultaat. Een evaluatie van het vennenbeheer is te vinden in het rapport “Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn”.
Inmiddels is er een flink arsenaal aan maatregelen ontwikkeld waarmee de kwaliteit en natuurwaarden van vennen hersteld kunnen worden. Het gaat om slib verwijderen, opschonen van oevers, herstellen van hydrologie, inlaten van water, vergroten van waterpeilfluctuaties, herstellen van de buffering van het inzijggebied, stimuleren van gradiënten en de bestrijding van ganzen, Zonnebaars en Watercrassula.
Herstelbeheer gaat meestal gepaard met grootschalige, ingrijpende maatregelen. Dit brengt risico’s met zich mee voor de flora en fauna die nog in het gebied leeft. Het is belangrijk dat er bij de uitvoering van herstelmaatregelen rekening wordt gehouden met deze soorten. Hoe men dat kan doen wordt besproken bij de verschillende maatregelen. Omdat er van alles mis kan gaan tijdens de grootschalige herstelprojecten is er een lijst met praktische aandachtspunten opgesteld.
Figuur: Opschonen van de oever van de Schoapedobbe (Friesland). Het zeggeveld op de achtergrond is gespaard. Na droogpompen is ook het slib verwijderd. Foto: M. Bellemakers.