Doorzicht
Planten hebben licht nodig voor de fotosynthese, daarom is het belangrijk dat het water in vennen voldoende doorzicht heeft. Het doorzicht wordt door diverse factoren beïnvloed. In vennen met slib op de bodem kan het doorzicht afnemen als het slib opwervelt naar de waterlaag. Dat gebeurt in grote vennen door windwerking. Maar ook uitgezette vissen die de bodem omwoelen zoals karpers kunnen het water troebel maken. Het water wordt ook troebel als de concentraties voedingsstoffen groot genoeg zijn, dat er fytoplankton (algen) kunnen groeien. Dit gebeurt als er vermesting optreedt of als nutriëntenkringlopen versnellen als gevolg van introducties van plaagsoorten zoals zonnebaars of hondsvis.
Ook organische verbindingen zoals humuszuren kunnen het doorzicht van vennen verminderen. Humuszuren zijn een grote groep van organische verbindingen die vrijkomen bij de afbraak van organische materiaal. Deze stoffen kleuren zorgen voor een bruinkleuring van het water. Afgelopen decennia is de bruinkleuring van vennen toegenomen. Er zijn aanwijzingen dat dit het gevolg is van de afgenomen verzuring van de vennen (Brouwer et al. 2009). Deze ontwikkeling is ook waargenomen in beken en meren in andere landen. Maar dit kon met laboratoriumexperimenten niet worden ondersteund (Van Kleef et al. 2014).
Figuur: Algenbloei en sterk verminderd doorzicht in het Roukespeelven, mede als gevolg van bladinwaai vanuit de geheel beboste oever. Foto: E. Brouwer.