Vennensleutel


Variatie in waterkwaliteit

Naast de gradiënt van oever naar open water is de variatie in waterkwaliteit de drijvende kracht achter het ontstaan van een reeks van levensgemeenschappen in vennen. Gradiënten in waterkwaliteit kunnen ontstaan door ruimtelijke variatie is natuurlijke condities (wind, diepte, bodem en hydrologie). Echter de meest uitgesproken overgangen treffen we aan in vennen waar water wordt ingelaten met een andere chemische samenstelling dan het natuurlijke venwater. Dit gebeurde in het verleden op grote schaal om vennen geschikt te maken voor het kweken van vis. De verschillen in waterkwaliteit zijn groter en constanter indien er ook fysieke barrières in het ven aanwezig zijn, zoals ondiepten, helofytenvelden, drijftillen en landtongen. 

VI_04.png

Figuur A: Voorbeeld van een gradiënt in waterkwaliteit die ontstaat door toestroom van zuur, voedselarm grondwater aan de ene kant en inlaat van gebufferd, matig voedselarm oppervlaktewater aan de andere kant. 

 

 

figA13-2.pngfig A13-3.pngfig A13-4.pngfig A13-5.png

 

Figuur B - E: Verschillende onderdelen van een gradiënt in waterkwaliteit. De foto’s corresponderen van links naar rechts met de in figuur A aangegeven zones A t/m D. Deze gradiënt, die zich in een uithoek van het Greveschutven bevindt, vormt het habitat van bijzondere diersoorten waaronder de Speerwaterjuffer, Gevlekte glanslibel en de waterkever Laccophilus poecilus. Foto’s: H. van Kleef.