Vennensleutel


Windwerking

In Nederland komt de wind het merendeel van de tijd uit het zuidwesten. Daardoor is aan de noordoostzijde meer golfslag dan aan de zuidwestkant. In grote vennen waar de windwerking groot is, wordt door de wind het water aan de oppervlakte naar het noordoosten geblazen. Het opgestuwde water stroomt via een onderstroom boven de venbodem weer terug. Op deze wijze zorgt de wind niet alleen voor transport van water, maar kan ook slib worden verplaatst. Daarom hebben grotere vennen vaak een noord- en oostoever die door golfslag zandig en slibarm blijft, terwijl zich aan de luwe zuid- en westzijde juist slib ophoopt. Wanneer er veel bomen rondom een ven groeien, wordt niet alleen de windwerking gebroken, maar draagt bladinwaai ook in hoge mate bij aan eutrofiering.


Een mooie demonstratie van het belang van windwerking deed zich voor in het Zwart Water, een groot ven in Vlaanderen. In de loop der jaren was de bodem van het ven bedekt geraakt onder een laag organisch materiaal. Hierdoor was onder andere de sterk bedreigde Waterlobelia (Lobelia dortmanna) uit het ven verdwenen. Om de windwerking op het ven te vergroten, is het omringende bos verwijderd. Al snel was van sommige delen van de bodem het slib verdwenen en de minerale ondergrond tevoorschijn gekomen. In de jaren die volgden, heeft de populatie Waterlobelia’s zich hersteld.

 

VI_10.png

 

Figuur: Schematische weergave van de windwerking in vennen. Bos op de oever breekt de windwerking en draagt bij aan bladinwaai.