Schijngrondwaterspiegel
Op de hogere zandgronden kan het grondwater soms wel tientallen meters diep zitten. Toch kunnen ook daar vennen ontstaan, en wel op plekken waar lagen in de ondergrond zitten die slecht water doorlaten. Bovenop deze lagen stagneert dan inzijgend regenwater, wat zich vervolgens gedraagt als grondwater: een schijngrondwaterspiegel. De ondoorlatende laag kan qua oppervlak net iets groter zijn dan het ven, maar kan zich ook over vierkante kilometers uitstrekken en meerdere vennen omvatten. Bovendien kan deze laag zeer verschillend van aard zijn:
Er kunnen leem- of kleilagen in de ondergrond zitten. Deze zorgen er vaak ook voor dat het water op de laag zwak gebufferd wordt. In gebieden waar ooit zand verstoven is, en dat kan ook tijdens de laatste ijstijd zijn geweest, kunnen venige lagen of oude podzolprofielen overstoven zijn. Door het gewicht van het bovenliggende zand worden deze opeen geperst en laten ze slecht water door. Vervolgens slibben de laatste poriën dicht door de neerwaartse waterbeweging
In ijzerrijke bodems kan opgelost ijzer neerslaan op het raakvlak tussen de doorluchte bovengrond en de zuurstofloze ondergrond. Door deze neerslag kitten de zandkorreltjes aan elkaar en ontstaat een slecht water doorlatende laag.