Droogval
Veel vennen hebben van nature een flink areaal droogvallende oevers. Daarnaast zijn er ook veenvormende vennen die juist een zeer constant peil nodig hebben voor de optimale groei van veenmossen. Peilfluctuaties zorgen voor het droogvallen van venoevers. Daardoor kan zuurstof in de bodem doordringen. Onder invloed van zuurstof wordt ammonium omgezet in nitraat, nitrificatie. Als na een periode van droogte de waterspiegel weer stijgt, wordt het moeilijker voor zuurstof om in de bodem door te dringen en raakt de bodem snel zuurstofloos. Als dat gebeurt, kan er nitraatreductie plaatsvinden. Het meest voorkomend is denitrificatie waarbij nitraat wordt omgezet in stikstofgas (N2). Denitrificatie is een anaëroob proces en wordt sterk geremd door de aanwezigheid van zuurstof. Gekoppelde nitrificatie-denitrificatie kan resulteren in netto verwijdering van N en dus tot een verlaagde stikstofbeschikbaarheid in een ecosysteem. Deze vorm van stikstofafvoer kan ook in het beheer worden toegepast via waterpeilfluctuaties (Van Kleef et al. 2014). Om te bepalen of peilfluctuatie als beheermaatregel kan worden ingezet kan ook een beslisboom worden geraadplaagd.
Als het waterpeil daalt zal ook een deel van het ijzer in het systeem oxideren. Daarbij wordt tweewaardig ijzer (Fe2+) omgezet in driewaardig ijzer (Fe3+). Driewaardig ijzer bindt goed aan fosfaat en zorgt ervoor dat plantbeschikbaar fosfaat neerslaat. Hierdoor blijft een ven fosfaatarm. Het opstuwen of constant houden van het waterpeil, waarbij de kans op droogvallen van bodems vermindert, leidt ertoe dat meer en meer van het aan ijzer gebonden fosfaat in de zuurstofloze onderwaterbodem in oplossing gaat en beschikbaar komt voor planten. Dit kan in voedselarme plassen leiden tot fosfaatvermesting. Tevens leidt een verminderde peilfluctuatie tot ophoping van het giftige ammonium, omdat de omzetting van ammonium naar nitraat niet optreedt onder zuurstofloze omstandigheden. Het zijn juist de afwisselende perioden van zuurstofloze en zuurstofrijke omstandigheden die optreden bij inundatie en droogval die er voor zorgen dat veel stikstof worden omgezet in gasvormig stikstof.
Een andere factor die een rol kan spelen bij het verminderen van het droogvallend oppervlak venoever is de aanplant of kieming van bomen. Bomen die dicht bij de hoogwaterlijn groeien fixeren met hun wortelstelsel de venoevers. Hierdoor voorkomen zij dat wind- en watererosie van de oevers optreedt en kunnen steile oevers ontstaan. De oppervlakte venoever die gemakkelijk droog kan vallen neemt daardoor sterk af.
Figuur A: Cyclische processen die optreden bij droogval en inundatie. NB. De binding van fosfaat aan ijzer verloopt snel (binnen enkele weken), waarna het weer jaren van inundatie zal vergen voordat dit fosfaat ook weer geheel is opgelost.
Figuur B: Droogvallende zone van een duinplas, met o.a. Dwergrus (Juncus pygmaeus, rood aangelopen) en Egelboterbloem (Ranunculus flammmula). Foto: E. Brouwer.