Waterkerende lagen herstellen
Veel vennen die hoog in het landschap liggen, hebben hun bestaan te danken aan een schijngrondwaterspiegel op een slecht waterdoorlatende laag. In het verleden zijn deze lagen vaak bewust of onbewust aangetast. Het is zaak om de ontstane lekken zo veel mogelijk te dichten:
- In de venbodem of venoever kan gegraven zijn, waardoor de laag beschadigd is. Soms is dit onbedoeld gebeurd bij herstelwerkzaamheden.
- In het inzijggebied zijn vaak sloten of greppels door de ondoorlatende laag gegraven
- Of er zijn sloten aangelegd die voeren naar punten die buiten het gebied met de ondoorlatende laag liggen of voeren naar punten waar de laag bewust beschadigd is
- Indien de ondoorlatende laag uit organisch materiaal bestaat, kan de ondoorlatendheid door verdroging zijn afgenomen
De belangrijkste herstelwerkzaamheden bestaan dus uit 1) Opsporen van de ondoorlatende laag (aard, diepte, verspreiding), 2) opsporen van ontwateringen en 3) ongedaan maken van ontwateringen. Lekken in de ondoorlatende laag kunnen bijvoorbeeld gedicht worden met leem. Sloten en greppels kunnen worden opgestuwd, maar beter nog worden gedicht. Bij opstuwing of afdamming vindt nog altijd enige ontwatering plaats omdat het water dan meer kans krijgt de weg van de minste weerstand te zoeken. De effecten van de genoemde maatregelen op zo’n lokaal schijngrondwatersysteem kunnen spectaculair zijn. Let daarom ook scherp op eventuele ongewenste effecten zoals sterfte van bos of overstromingsgevoelige flora & fauna, en het verdwijnen van natuurwaarden in de greppels.
De herstelmaatregelen hebben als doel dat er in de winter weer opbolling van grondwater kan plaatsvinden rond het ven, zodat dit in het voorjaar en soms zelfs jaarrond weer kan toestromen naar het ven. In grote schijngrondwatersystemen kan zelfs hier en daar weer afstroming van water over maaiveld plaatsvinden, bijvoorbeeld tussen 2 vennen.