Verzuring en alkalinisatie
Verzuring treedt op de kalkarme zandgronden van nature op, maar wordt in vennen versneld door zure depositie, verdroging of het wegvallen van grondwaterstromen. Omdat de inzijggebieden van de meeste vennen bestaan uit kalk- en mineralenarm zand zijn ook deze door zure regen sterk aangetast. Verzuring heeft vooral in de periode 1950-1980 plaatsgevonden. In het merendeel van deze vennen is de voor verzuring gevoelige flora en fauna vrijwel geheel verdwenen. Bij de start van het programma O+BN, waren van de meer dan honderd groeiplaatsen van Waterlobelia (Lobelia dortmanna) nog maar twee overgebleven!
Figuur: Het Munven bij Schaijk, met beschimmelde eiklompen van kikkers, tussen Knolrus (Juncus bulbosus) en Geoord veenmos (Sphagnum denticulatum); een veel voorkomend beeld in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto E. Brouwer.
Alkalinisatie is de toename van de buffercapaciteit, het tegenovergestelde van verzuring dus. Oorzaken voor alkalinisatie kunnen zijn:
- Aanvoer van sterk gebufferd water naar een ven
- Toename van de buffercapaciteit van het aangevoerde grondwater. Bijvoorbeeld doordat in een kalkhoudend inzijggebied verzuring optreedt en veel kalk oplost.
- Productie van zuurbufferende stoffen door anaerobe afbraak van organisch materiaal. Bijvoorbeeld door interne eutrofiering of door bladinwaai in niet droogvallende vennen
Alkalinisatie kan een zich zelf versterkend proces zijn wanneer de condities gunstig worden voor afbraak van venige venbodems. Dit onder invloed van aanvoer van gebufferd water, sulfaatrijk water, nitraatrijk water, temperatuurstijgingen of door afname van grondwaterinvloed. Deze afbraak leidt zowel tot (interne) eutrofiering als tot (interne) alkalinisatie.
In natte gebieden is de afbraak van organisch materiaal gewoonlijk laag door een lage zuurstofbeschikbaarheid. Bij de afbraak van organisch materiaal komen organische zuren vrij. Door de afwezigheid van voldoende bufferstof in zachte wateren daalt de pH van de bodem waardoor de activiteit van micro-organismen afneemt. Hierdoor wordt de afbraak nog verder geremd waardoor stapeling van organisch materiaal op kan treden (veenvorming). Bij toenemende buffercapaciteit en stijging van de pH wordt de afbraak van organisch materiaal gestimuleerd en kan eutrofiëring optreden. De inlaat van gebufferd water of een toename van de buffercapaciteit van het kwelwater kan dan ook leiden tot een versnelde afbraak van opgehoopt organisch materiaal. Indien de nitraat- of sulfaatconcentratie van het inlaat- of grondwater toeneemt, kan netto buffercapaciteit gegenereerd worden door vorming van onder andere (bi)carbonaat bij de reductie van deze stoffen.