Vennensleutel


Watervogels

Watervogels zijn een beruchte bron van meststoffen in vennen. Vermesting door uitwerpselen wordt ook wel guanotrofiëring genoemd. Tot voor kort waren het vooral meeuwen die in grote aantallen op vennen broeden en daar voor vermesting zorgden. Zij profiteerden van de veilige broedplekken in de vennen waar predatoren moeilijk bij kunnen, zoals drijftillen en pollen van pitrus en pijpestro. Voor hun voedsel waren zij enerzijds aangewezen op omliggend boerenland, maar vooral ook van niet afgedekte vuilnisbelten. Toen vuilstortplaatsen werden afgedekt en verdwenen, zijn ook de kokmeeuwen van veel vennen verdwenen.


De afgelopen decennia hebben zich op veel vennen en veentjes ganzen gevestigd. Dit betreft zowel inheemse Grauwe ganzen (Anser anser) als uitheemse Canadese ganzen (Branta canadensis). Doordat de ganzen op korte afstand van de vennen in het agrarisch gebied toegang hebben tot voedselrijke foerageergronden, kunnen zij in de vennen onnatuurlijk hoge dichtheden bereiken. Doordat de ganzen veel tijd op de vennen doorbrengen, transporteren zij nutriënten van de landbouwgebieden naar de vennen.
  

fig_a91-1.png

 

Figuur A: Drooggevallen punt van een schiereiland in het Ronde ven (Bergvennen, Denekamp). Op dergelijke punten rusten graag watervogels en treedt het eerste eutrofiering op, in dit geval zichtbaar in de groei van onder meer Pitrus (Juncus effusus) en Waternavel (Hydrocotyle vulgaris). Foto: E. Brouwer.
   

A91 2 Kokmeeuw Vaarven

 

Figuur B: Kolonie van Kokmeeuwen in de Vaarvennen bij Valkenswaard. Fosfaat uit de meeuwenstront heeft de drijftillen volkomen verzadigd (de struwelen op de achtergrond staan hierop) en is ook doorgedrongen in de zandondergrond. Foto E. Brouwer.