Vennensleutel


Vermesting

Als de concentraties van plantenvoedingsstoffen toenemen, dan wordt dat vermesting of eutrofiëring genoemd. Als de voedingsstoffen afkomstig zijn van buiten het ven, dan is er sprake van externe eutrofiëring. Het is ook mogelijk dat de voedingsstoffen al in het ven aanwezig zijn en dat ze door biologische of chemische processen vrijkomen. In dat geval wordt er gesproken van interne eutrofiëring. Omdat het venwater en de venbodem van nature arm zijn aan voor planten beschikbare stikstof en fosfaat, resulteert een kleine toename van deze stoffen al in veranderingen in de vegetatie. De beschikbaarheid van stikstof, fosfaat en koolstof is namelijk bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen plantensoorten. Als concentraties fosfor en/of stikstof stijgen, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van karakteristieke soorten. 

 

Vaak gaan bij verrijking met stikstof enkele soorten flink uitgroeien en overheersen zoals Knolrus (Juncus bulbosus) in de waterlaag en Pijpenstrootje (Molinia caerulea) op de oever. In de oorspronkelijke venvegetatie treden deze soorten niet op de voorgrond. Als gevolg van de toegenomen plantengroei, en vaak ook de afbraak van venige bodemlagen, vormt zich een sliblaag in het ven. De kale zandige oevers en onderwaterbodems verdwijnen onder die sliblaag.

 

Fosfaatvermesting leidt in vennen vooral tot algenbloei, slibvorming en dichtgroeien vanuit de oever met Riet (Phragmites australis), Lisdodden (Typha spp) en struweel. De sliblaag bestaat gewoonlijk uit fijnere deeltjes dan in verzuurde vennen. Typische plantensoorten die duiden op verhoogde fosfaatrijkdom zijn onder andere Pitrus (Juncus effusus), Waterpeper (Persicaria hydropiper), Wolfspoot (Lycopus europaeus), Lisdodde (Typha spp.), Kroos (Lemna spp.), sterrekroos (Callitriche) soorten, Watervorkje (Riccia fluitans), Bitterzoet (Solanum dulcamara) en Waternavel (Hydrocotyle vulgaris).

 

Voedingsstoffen kunnen terecht komen in een ven door de aanvoer van oppervlaktewater of door atmosferische depositie van stikstof. Ook kan de chemische samenstelling van het grondwater de vermesting beïnvloeden. Daarbij speelt vooral het landgebruik in het inzijggebied een rol. Nutriënten kunnen ook in het water terecht komen door het inwaaien van bladeren of via uitwerpselen van watervogels. Tenslotte spelen ook peilfluctuaties en grondwaterstromen een belangrijke rol in de beschikbaarheid van plantenvoedingsstoffen.

 

De dikke sliblaag die zich in veel vennen als gevolg van vermesting heeft gevormd, belemmert het herstel van de kenmerkende plantengemeenschappen. Daarnaast zorgt de afbraak van de organische laag voor lage zuurstof concentraties en zuurstofstress bij veel diersoorten..

 

 

fig_A85-1.pngA85_2_Riccia Vaarven


Figuur A: Slibontwikkeling en uitbreiding van Veenwortel (Persicaria amphibia) en Riet (Phragmites australis) in het Groot Meer bij Vessem, als gevolg van vermesting. Foto: E. Brouwer.
Figuur B: Oever van de door Kokmeeuwen vermeste Vaarvennen, met Watervorkje (Riccia fluitans) en Bitterzoet (Solanum dulcamara). Foto E. Brouwer.