Vennensleutel


Methaan

Methaangas (CH4) speelt een belangrijke rol bij de vorming van drijftillen. Methaan wordt door de methanogene bacteriën gevormd uit afbraakproducten die vrijkomen bij de anaërobe afbraak van organisch materiaal door fermenterende bacteriën. Die bacteriën vormen daarbij vooral acetaat en kooldioxide (CO2). In tegenstelling tot CO2 lost methaan zeer slecht op in water; het vormt kleine belletjes. In veen met een juiste structuur worden deze belletjes vastgehouden en na verloop van tijd wordt dit veen licht genoeg om te gaan drijven.


Daarnaast kan methaan door veenmossen gebruikt worden als koolstofbron in de fotosynthese en groei. Daarvoor leeft veenmos samen met ‘methanotrofe' bacteriën, die het methaan omzetten in kooldioxide.


Op locaties met venige drijftillen is aanvoer van nitraat-, ijzer- of sulfaatrijk water desastreus voor de drijftillen. Dat komt doordat de reductie van deze stoffen energetisch gezien gunstiger is dan productie van methaan. Hierdoor zal er vrijwel geen methaan geproduceerd worden in aanwezigheid van deze stoffen. Als gevolg van de hoge depositie van sulfaatverbindingen zijn in de tweede helft van de vorige eeuw vele mooie hoogveendrijftillen in vennen verdronken.