Waterdiepte
Diepte van het water heeft via verschillende mechanismen invloed op de leefomstandigheden van soorten. Ondiep water warmt snel op en is daardoor uitstekend opgroeihabitat voor allerlei soorten koudbloedige dieren. Tevens groeien algen, die een belangrijke voedselbron vormen voor tal van ongewervelden, ook sneller in het warme water. Een aantal plantensoorten leidt een amfibisch bestaan en is afhankelijk van ondiepe, droogvallende delen, omdat zij daar kiemen.
Andere plantensoorten moeten boven water uitkomen om te bloeien en zaad te zetten en zijn zodoende ook gebonden aan relatief ondiep water. Begroeiingen van dergelijke helofyten vormen op hun beurt opgroeihabitat voor allerlei soorten libellen, zoals de Speerwaterjuffer (Coenagrion hastulatum) of bieden nestgelegenheid aan moerasvogels.
Naarmate het water dieper wordt, dringt er minder licht door. Zeker als het doorzicht al niet optimaal is, door bijvoorbeeld bruinkleuring van het water, dringt er in dieper water al snel onvoldoende licht tot de bodem van het ven door voor fotosynthese en plantengroei. Ook hopen zich in de diepe delen gemakkelijk afgestorven plantenresten op. Afbraak hiervan leidt tot zuurstofloosheid van de bodem, waardoor alleen Nymphaeiden daar willen groeien.