Waterinlaat
De meest soortenrijke vensystemen ontstaan indien er in een ven of in een reeks van vennen gradiënten aanwezig zijn. Dit zijn overgangen in de ruimte met verschillen in voedselrijkdom, zuurgraad of grondwaterinvloed. Deze kunnen ontstaan doordat alleen bepaalde delen van het ven grondwater ontvangen. Echter, vaak waren deze gradiënten het gevolg van waterinlaat. In het katholieke Brabant (vrijdag-visdag) werd vroeger in veel vennen gebufferd water ingelaten om de kweek van vis mogelijk te maken. Dit water was meestal afkomstig uit beken en inlaat daarvan leidde vaak tot soortenrijke gradiënten. Daarnaast werden deze vennen ook gevoed met grondwater dat over het algemeen minder sterk gebufferd en armer in voedingsstoffen was. Door de grote lokale verschillen in waterkwaliteit ontwikkelden zich in deze vennen uiteenlopende vegetatiestructuren, zoals drijftillen, helofyten en velden met waterlaag vullende planten. Voorbeelden uit het begin van de twintigste eeuw waren de centrale Oisterwijkse vennen en de Malpievennen. Door herstelbeheer zijn dergelijke gradiënten weer vrij goed ontwikkeld in het Beuven en de Bergvennen.
Door het steeds voedselrijker worden van onze oppervlaktewateren zijn echter de negatieve kanten van waterinlaat sterk gaan domineren. Directe aanvoer van fosfor en stikstof via het oppervlaktewater kan leiden tot ongewenst hoge concentraties daarvan. Dit water kan worden aangevoerd via slotenstelsels, maar ook via oppervlakkig afstromend water uit aanliggende percelen. Vaak is voedselrijk water afkomstig uit gebieden met landbouwactiviteit. Door het gebruik van meststoffen op de akkers, spoelen nutriënten uit naar aanliggende watergangen die mogelijk met vennen in contact staan.
Het oppervlaktewater in beken en sloten is vaak niet alleen afkomstig van oppervlakkig afwatering, maar bestaat ook voor een belangrijk deel water dat lange tijd in de bodem heeft verbleven. Dit grondwater kan hoge concentraties nitraat, sulfaat en bicarbonaat bevatten. In vennen waar zich organisch materiaal heeft opgehoopt leiden hoge concentraties van deze stoffen tot interne eutrofiëring, doordat zij de afbraak van organisch materiaal in vennen stimuleren. Daarbij komen (fosfaat en ammonium) vrij.
In vennen die verzuurd zijn doordat het contact met gebufferd water is verbroken, kan herstel van de waterinlaat een goede herstelmaatregel zijn. Dit dient wel voorzichtig te gebeuren opdat de buffercapaciteit niet te sterk toeneemt en er alkalinisatie optreedt.
Figuur: De Vaarvennen bij Valkenswaard. De aanwezigheid van drijftillen en een gevarieerde oeverlijn verhinderen menging van verschillende watertypen. Bron: Google Maps.