Klimaat
Het klimaat is aan het veranderen. Oorzaak daarvoor is de toename van diverse soorten broeikasgassen, zoals kooldioxide en methaan. Deze stoffen zorgen ervoor dat zonneinstraling in de atmosfeer wordt gevangen en niet meer de dampkring verlaat. De opwarming bedraagt de laatste jaren al gemiddeld 1 tot 2 graden en zal in deze eeuw enkele graden verder oplopen. Ook worden neerslagpatronen onvoorspelbaarder. Er kunnen zowel langdurige droogte als extreem natte perioden optreden. Een derde klimatologisch aspect dat voor vennen relevant kan zijn, is de toename van de kooldioxideconcentratie in de atmosfeer.
Het stijgende CO2-gehalte verzwakt de koolstoflimitatie in vennen die arm zijn aan CO2. Kooldioxide zal vanuit het ven blijven verdwijnen naar de atmosfeer, maar door de hogere atmosferische concentratie gebeurt dat in een langzamer tempo. Experimenteel onderzoek heeft al laten zien dat dit gevolgen heeft voor de vegetatie in wateren die door isoetide waterplanten gedomineerd worden. Het aandeel waterlaag vullende planten neemt toe, ten koste van deze isoetiden. Deze verschuiving is in Nederland nog nauwelijks merkbaar, maar bijvoorbeeld wel in Noorse meren op rotsbodem, die zeer arm zijn aan CO2.
De stijging van de temperatuur kan er toe leiden dat noordelijke soorten zich uit Nederland terugtrekken, denk aan Waterlobelia (Lobelia dortmanna) en Biesvarens (Isoetes spp.). Verder ziet ook de toekomst voor de soms rijke venbegroeiingen op ijsbaantjes er somber uit, omdat verwacht mag worden dat de ijsbaantjes steeds meer in onbruik zullen raken met de toenemende temperaturen in het winterseizoen. Het meest directe effect van een warmer ven is echter dat zowel de productie (plantengroei) als de afbraak in snelheid zal toenemen. In een aantal voedselarme, Drentse vennen is recent een sterke algenbloei waargenomen die vermoedelijk zowel door en afname van de verzuring als door een toename van de temperatuur wordt veroorzaakt (Van Dam en Mertens 2014).
Door de warmere zomers neemt in vensystemen de kans op droogvallen in de zomer toe. Dat is over het algemeen gunstig voor de karakteristieke natuur van de meeste zwak gebufferde vennen. Voor vennen met drijftillen of hoogveenachtige vegetaties is de vergrote kans op droogvallen in de zomer echter ongunstig. Echter ook de kans op natte zomers neemt toe. Langdurige inundatie van venoevers kan leiden tot interne mobilisatie van voedingsstoffen en vermesting van het ven. Actief stimuleren van waterpeilfluctuaties kan in die gevallen een oplossing bieden (Van Kleef et al. 2014).
Figuur A: De belangrijkste gevolgen voor vennen van de gestegen concentratie kooldioxide (CO2).
Figuur B: Schematische weergave van veranderingen in vennen als gevolg van het broeikaseffect en de afgenomen zwaveldepositie.
Figuur C: Toename van knolrus in Noorse meren als gevolg van verhoogde kooldioxide-concentraties. Foto: E. Lucassen.