Vennensleutel


Zeer zwak gebufferd ven

Zeer zwak gebufferde vennen ontvangen naast regenwater ook lokaal, enigszins gebufferd grondwater en liggen vaak meer naar de randen van de dekzandruggen. Het water heeft van nature een buffercapaciteit van 50 tot 200 micro-equivalent per liter en de pH ligt meestal tussen 4,5 en 6,5.


De plantengroei van zeer zwak gebufferde vennen bestaat voor een deel uit soorten die min of meer beperkt zijn tot de West-Europese kustgebieden. Deels zijn het noordelijke soorten uit wateren met weinig kooldioxide, zoals Oeverkruid (Littorella uniflora), Waterlobelia (Lobelia dortmanna) en Drijvende egelskop (Sparganium angustifolium) en deels zuidelijke soorten uit droogvallende wateren of wateren met veel kooldioxide, zoals Moerashertshooi (Hypericum elodes) en Vlottende bies (Eleogiton fluitans). Omdat het verspreidinggebied klein is, draagt het Nederlandse natuurbeheer een groot deel van de Europese verantwoordelijkheid voor deze soorten. Het soortenaantal van de zachte wateren is in West-Europa niet groot, maar omdat de Atlantische regio en de Boreale regio elkaar in Nederland overlappen, zijn de Nederlandse zachte wateren van oorsprong soortenrijker dan in de omringende landen. Tot rond 1950 bezaten veel zeer zwak gebufferde vennen ook verlandingsvegetaties met een sterk hoogveenkarakter. Juist door de zeer zwakke buffering kwamen hier zeer bijzondere plantensoorten in voor, zoals Veenbloembies (Scheuchzeria palustris) en Slijkzegge (Carex limosa). Hier is helaas vrijwel niets meer van over. Zeer zwak gebufferde vennen zijn rijker aan amfibieën dan zure vennen. Naast diverse soorten kikkers kunnen er ook padden en watersalamanders in voorkomen. Voor de meeste vissoorten zijn ze echter toch te zuur. De enige soort die zich er goed in thuis voelt is de zuurtolerante uitheemse Amerikaanse hondsvis (Umbra pygmea). In veel Brabantse en Limburgse vennen is deze soort erg talrijk. Ongewervelden die kalk nodig hebben zoals slakken en waterpissebedden ontbreken in deze vennen. In zeer zwak gebufferde vennen komen wel enkele andere kenmerkende ongewervelden voor waaronder de waterwantsen Cymatia bonsdorfii en Glaenocorisa propinqua, de waterkever Hygrotus novemlineatus en de dansmug Pagastiella orophila.

 

fig_A23-1.png

Figuur: Zeer zwak gebufferd vennetje in het bos, met Duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius) in het water en Wilde gagel (Myrica gale) op de oever. Foto: E. Brouwer.